weinigwoordenman
Hij, een man van weinig woorden
wachtte na paraplu’s en buien regen
op een bank, in een bus, op harde wegen
op twee of drie of vier verloren
woorden, maar kwam niemand tegen.
En al droogde de verwarming zoemend zijn voeten,
dan nog droomde de weinigwoordenman van een groet en
dat iemand al dan niet net iets te verlegen
hem zoetgevooisd een antwoord zou geven
op een vraag, in het hoofd, onuitgesproken,
niet spokend, maar vol vretend leven.
Hij, die stilzwijgend in een bus wachtte
op dat wat hem zonder bijbedoeling zocht,
telde dralend druppels, waarna hij in stilte lachte.