op een dag was hij een boom geworden
want hij lag in de armen van de wind
en de zon zag aan hoe hij wiegde
de bast was al lang vervlogen
en danste nu ergens aan een zee
nam sporen en zaden met zich mee
om te ontkiemen op een boot en
uit te groeien tot iets moois
op die dag was het niet langer dromen
want hij zag kalm zijn handen aan
hoe ze tot de wolken zouden komen
de warme kieteling in het wiegen
beveelt de koelte van de bries
de donkere kilte te verliezen
want dit is alles - meer niet
en die dag koos ze uit alle kleuren
blauw
en streek de kwast voorzichtig uit
over het kale hout
tot het sublieme zou gebeuren
de boom leek te verdwijnen
de takken stam en wortelen verkleinden
voor het oog maar schijn bedriegt
zegt ‘dit is alles - meer niet’
op een dag was hij een kleur geworden
want een met de hemel was hij toen
beiden even blauw en ze wiegden
lichtblauw